Zoveel indrukken komen voortdurend op me af dat hetgeen vorige week gebeurd is al bijna uit mijn geheugen lijkt te zijn verdwenen. Ik wil nu schrijven over de verhuizing maar het lijkt alweer zover weg. Nederland zelf lijkt tegelijk heel ver weg en heel dichtbij. Ik ben daar wel vertrokken, maar hier nog niet helemaal geland. Zoveel dankbaarheid voel ik voor onze prachtige jaren in Zuidbuurt. Echt genoten van het mooiste plekje in de Randstad. Dankbaar ook voor alle mensen, voor alle vrienden. Zoveel hulp hebben we gekregen, zoveel mooie gesprekken gehad. Het laat wel zien hoeveel ik achterlaat. Durf ik het echt aan, deze sprong in het diepe? Een land zonder vrienden, een taal die ik nog niet goed beheers, een cultuur die mij vreemd is, werk dat ik nog moet leren en onzekerheid over de vraag of we in staat zijn een goed lopend bedrijf neer te zetten waarmee we voldoende inkomsten krijgen voor dit peperdure land.

Zoveel komt er op je af, maar zoveel hebben we ook al bereikt. De eerste boten liggen in het water en de eerste vistocht is gemaakt. Er is dan nog wel geen vis gevangen, maar op het moment van schrijven waagt Den de tweede poging. Het zal zeker komen. Het huis begint langzaam te veranderen in ons thuis, met onze spulletjes en onze sfeer. De grote vrachtwagen moet nog komen, maar de basis is gelegd. De katjes beginnen voorzichtig te wennen, hoewel mijn stoere kater nog niet naar buiten durft. Hij moet hier ook leren letten op het grote gevaar van boven; de zeearend. Die pakken zelfs jonge geitjes, dus mijn grote rode kater is niet veilig.

We moeten dringend actie ondernemen op het gebied van reclame. Mei en Juni zijn nog veel te leeg. Ik zie nu al dat het in die tijd werkelijk prachtig zal zijn; Noorwegen in lentepracht. Het weer is ook zo’n gekke ervaring. Net Pasen gevierd bij onze nieuwe buren, ook samen met de vorige eigenaren. Zwetend in het zonnetje, met besneeuwde bergen en weilanden om je heen. Mooie mensen en een schitterend uitzicht. Het aanbod gekregen voor een flinke lading geitenstront voor mijn moestuin-to-be en een varkentje voor ons eigen vlees. Moeilijk vind ik dat. De hypocriet in mij koopt vlees liever in de supermarkt. Dit biedt een dier een beter (hoewel nog steeds kort) leven dan de bio-industrie. Het is echter, puurder maar ook harder. Ik weet nog niet of ik dit in me heb. Mijn buurvrouw zegt erover dat als het je niets zou doen er iets mis is met je. En toch doet ze het. Ze wil grotendeels zelfvoorzienend zijn. Ze geeft les op de landbouwschool en probeert jongeren het belang van een gezonde bodem bij te brengen, en de kracht van de natuur zelf bij een gezond groeiproces. Ze vinden het veelal een saai vak aldus mijn nieuwe buurvrouw. Maar bij velen plant ze een zaadje wat hopelijk met de tijd tot wasdom komt als de bodem rijp is.

Ja, om terug te komen op de verhuizing. Zonder hulp was het ons nooit gelukt. Wat een onderneming en wat een keuzes. Het was een proces van maandenlang afscheid nemen. Van spullen uitzoeken en verkopen of weggeven. En nog was er zoveel dat het niet allemaal meekon. En hier staat ook nog zoveel. Dat terwijl we op zoek zijn naar een simpeler leven met minder spullen.

Ik ben een horder genoemd, wat ik eerlijkheidshalve behoorlijk irritant vind. Ook Hans, de oude eigenaar, had veel spullen, waar wij nu dus de eigenaar van zijn. Zoals ik veelal naar spullen kijk, zo kan hij dat nog veel beter. Hij ziet geen troep, hij ziet mogelijkheden. Mogelijkheden die hij op creatieve wijze vorm weet te geven. Hij is van origine meubelmaker en kan ons veel leren. Zijn manier van kijken en denken zijn echt inspirerend. Hij hergebruikt zoveel op manieren waar ik nooit aan gedacht had. De meeste mensen kopen alles kant en klaar in de winkel. Ik vind het geweldig om dingen zelf te maken, zelf te kweken en zelf te bedenken. En daar kan je veel dingen voor gebruiken die andere mensen als rotzooi of als overbodig zien. Voor mij vertegenwoordigt het een andere manier van leven die ik geweldig inspirerend vind en die mij energie geeft. Hoewel het me ook beangstigt en naar de keel kan grijpen, want bezitten we wel alle kennis en vaardigheden om hier een succes van te maken? Kunnen we orde scheppen in de spullen om ons heen? De buurman bouwt zijn eigen stal. Wij hebben hier twee vervallen huizen die mogelijkheden bieden. Het is reuze spannend en uitdagend.

Verhuizen is veel afscheid nemen. Afscheid nemen van Yvonne vond ik heel moeilijk. We kunnen elkaar nog spreken, maar niets zo heerlijk als een echt gesprek. ’s Morgens om vijf uur wegrijden van mijn geliefde huis en tuin (en kipjes) was geen eitje. De eerste uren met mauwende katten, een boze Thijs en een verkrampte maag vielen niet mee. Langzaam kwam de zin voor avontuur weer terug. Een makkie was de reis niet, een bijzondere ervaring wel. Vlak over de grens met Duitsland weer aan de kant gezet door de Politzei. Ik zweer je, ze hebben iets tegen witte busjes. We waren weer te zwaar beladen, maar gelukkig niet zoveel waardoor we door mochten. Wat een geluk, want ik had al heel veel weg moeten doen wat er niet in had gepast, dus alleen de voor ons meest waardevolle spullen zaten in de bus. Onderweg dus wel steeds zenuwachtig kijken of er ergens politie was, of files of rare rammels in de bus. Toch verder vlot doorgereden naar Hirtshals in het puntje van Denemarken. Gegeten en gedoezeld in de wachtrij voor de boot. Midden in de nacht de overtocht naar Noorwegen. Onder het bordje ‘verboden te slapen’ toch maar een tukje gedaan. Zelfs Thijs, die het zeker niet van plan was, betrapt op een hazenslaapje. Marijn daarentegen tukte rustig. Na een kijkje te hebben genomen in de winkel natuurlijk.

Om drie uur van de boot af en door de douane. De huisdieren waren gelukkig geen enkel probleem. Voor het aanmelden van de caravan stond ik in mijn eentje tussen 30 vrachtwagenchauffeurs. Ik voelde me wel de vreemde eend in de bijt.

Na vieren op pad door besneeuwd en be-ijst Noorwegen. Kilometers bevroren watervallen. De mooiste zonsopgang en ijspegels aan de kraan. Een caravan die zo vol staat dat je er eigenlijk niets kan. Waar de katten er even uit gelaten worden om te plassen en ik iets te eten probeer te maken terwijl ik nergens bij kan, er geen water uit de kraan komt (want bevroren) en mijn vingers verstijfd zijn. Nogal een overgang na de lente in Nederland, wat mijn favoriete seizoen is. Duidelijk geen goed idee om te vergelijken, maar om open te staan voor de pracht om me heen.

Grote bewondering voor Den, die het hele stuk gereden heeft zonder serieuze slaap of pauze. Vlak voor we de weg de bergen op draaide begon het te sneeuwen. Dit terwijl we met serieuze sneeuwval de caravan de bergen niet door kunnen nemen. Daarvoor is de zwaarbeladen bus niet sterk genoeg. En echt een fijn idee om hem ergens te laten staan om later op te halen was het niet. Gelukkig hield de sneeuw al snel op en verliep de reis over de pas voorspoedig. Wel de nodige onzin tegen Den gekletst om hem te helpen wakker te blijven. Ik kon mijn ogen niet even dichtdoen voor de felle, witte sneeuw want dan viel ik onmiddellijk in slaap. Tot we bijna bij Andelsnas waren. Daar is het zo prachtig dat je er wel wakker van wordt. Na Andelsnas het laatste stuk langs het fjord naar Rekdal. Waar we opgewacht werden met borden met ‘Welkom thuis pa Rekdal’. Zo ontzettend lief. En zo ontzettend blij om er te zijn. Het voelt misschien nog niet als thuis, maar het voelt hier wel ontzettend goed. Het is hier zo mooi en zo anders. Ik ben benieuwd wat deze reis ons verder nog zal brengen, maar ik kijk ernaar uit!

en_GBEN